header image
 

Wadlopen

Julianadorp aan Zee ligt uiteraard niet aan de Waddenzee, dus vanuit het strandplaatsje kun je niet wadlopen. De Noordzee valt helaas ook niet droog. Maar de Waddenzee bevindt zich wel op steenworp afstand van Julianadorp. Het dichtstbijzijnde plaatsje ten op zichte van Julianadorp van waaruit wadlooptochten worden aangeboden, is Den Oever. Den Oever is ook het enige plaatsje in de provincie Noord-Holland van waaruit wadlooptochten worden georganiseerd.

 

 

De Waddenzee is een ongelooflijk mooi en uniek natuurgebied en wordt ook wel de laatste wildernis van Nederland genoemd. Als je door het gebied loopt, is het zogenaamde wadgevoel op te wekken, een fantastisch gevoel van vrijheid. Sinds de jaren 70 van de vorige eeuw is het wadlopen enorm populair geworden. Het is dus nog een relatief jonge sport. Tijdens het wadlopen wordt de Waddenzee betreden tijdens laagwater, zonder dat het contact met de vaste grond verloren gaat, er wordt dus niet gezwommen tijdens het wadlopen.

Tijdens laagwater is het zelfs mogelijk om vanaf het vaste land naar de Waddeneilanden Ameland en Schiermonnikoog te lopen. Wadlopen van het vaste land naar Texel, Vlieland en Terschelling is zeer moeilijk en gevaarlijk en is derhalve alleen weggelegd voor zeer ervaren wadlopers en avonturiers. Je hebt dus eigenlijk twee vormen van het wadlopen: het rondzwerven over het wad en de oversteektochten naar de Waddeneilanden. Het moment van laagwater is iedere dag op een ander tijdstip: de ene dag kun je wadlopen om 7 uur in de ochtend terwijl een week later je pas om 5 uur in de middag het wad op kunt.

Tijdens een wadlooptocht loop je over slik, zandplaten en mosselbanken. Vaak zak je tot je knieën in de slik. Bovendien moeten prielen, geulen en kwelders worden doorgewaad en houd je het dus niet helemaal droog. De moeilijkheidsgraad van het wadlopen wordt voornamelijk door de weersomstandigheden bepaald. Voor mensen die van de natuur houden en bovendien sportief bezig willen zijn, is wadlopen de ideale sport. Tijdens het wadlopen word je altijd nat, het is dus belangrijk om immer droge kleding mee te nemen. Hoe paradoxaal het ook moge klinken, tijdens het wadlopen moet je geen laarzen aantrekken, maar hoge schoenen, duikschoenen of surfschoenen. Laarzen zuigen zich namelijk helemaal vast in de slik waardoor aan het wadlopen snel een einde komt. Niet iedereen is geschikt om te wadlopen. Je moet er wel een beetje conditie voor hebben. Je kunt jezelf het beste testen door een flinke strandwandeling te maken door het losse strandzand. Dit is vergelijkbaar met de zuigende slik die je op het wad aantreft.

Altijd met een gids op pad op het wad

Het blijft toch een wonderbaarlijke gedachte dat je op de bodem zee wandelt. Je zou ook kunnen zeggen dat je in de bagger loopt of tegen de klok van de getijden loopt. Het mooie aan wadlopen is dat het iedere keer weer anders is. Tijdens vloed boetseert het opkomende water de zeebodem weer op een andere manier waardoor de ideale wandelroutes opnieuw moeten worden uitgezet. De gidsen moeten dit proces goed in de gaten houden, het is daarom ook verboden om alleen het wad op te gaan. Je mag nooit zonder een gids op het wad. Als de Waddenzee tijdens strenge winters bevroren raakt, worden er ook ijswadlooptochten georganiseerd. Tijdens de winters van 2010 en 2012 was dat voor het laatst mogelijk.

Waddenzee

De binnenzee die ligt tussen enerzijds de Waddeneilanden en Noordzee en anderzijds het vasteland van Denemarken, Duitsland en Nederland wordt de Waddenzee genoemd. Het meest zuidelijke puntje van de Waddenzee is Den Helder in Nederland, het meest noordelijke puntje van de Waddenzee is Esbjerg in Denemarken. De Waddenzee heeft een lengte van 500 kilometer, een gemiddelde breedte van 20 kilometer en een oppervlakte van ongeveer 10.000 vierkante kilometer. Een viertal rivieren monden in de Waddenzee uit. Daar waar de rivieren in de Waddenzee uitmonden, zijn in de loop van de tijd baaien ontstaan. De Dollard en de Lauwerszee zijn twee voorbeelden van dit soort baaien. Vóórdat de Afsluitdijk werd aangelegd, was de Zuiderzee de grootste baai. De enige plaats waar de Waddenzee wordt onderbroken, is in Duitsland bij de Hindenburgdamm van het Waddeneiland Sylt.

De Waddenzee heeft een torenhoge ecologische waarde en staat sinds het jaar 2009 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Daarnaast is het Waddengebied erg belangrijk voor de visserij, de winning van aardgas en voor de recreatie van miljoenen mensen. Het Nederlandse deel van de Waddenzee behoort tot de provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen. Het woord wad komt van het Latijnse woord vadum. Vadum betekent doorwaadbare plaats. In de 19de eeuw wordt voor het eerst het woord Waddenzee gebruikt. Vóór die tijd duiken de woorden ’t Wadt, de Watten en de Wadden op voor het gebied.

Tijdens eb vallen de zandplaten in de Waddenzee droog. Deze drooggevallen zandplaten worden dan van elkaar gescheiden door geulen. Tijdens vloed stuwt er zout water van de Noordzee het Waddengebied weer binnen. Langs de vaderlandse kust vinden we tijdens eb een modderige slikstrook. In de Waddenzee monden zogezegd vier grote rivieren uit. In Nederland is dat indirect de IJssel. In Duitsland zijn dat de Eems, Wezer en de Elbe. Het Waddengebied is de achterliggende zevenduizend jaar altijd dynamisch geweest. Regelmatig hebben de getijgeulen zich verlegd. De Waddenzee is door de eeuwen heen uiterst populair geweest bij de visserij. De vissers van de Waddenzee maakten veelvuldig gebruik van sliksleeën om niet weg te zakken in de bij tijd en wijle zachte wadbodem.

Vroeger leefden er in de Waddenzee veel oesters. Deze oesters werden vanuit de Texelse plaatsjes Oudeschild en Oosterend veel bevist. Uiteindelijk overbevist, want oesters komen heden ten dage niet meer voor in de Waddenzee. In de loop van de tijd zijn er wel steeds meer mosselen gekweekt in de Waddenzee. De aanleg van de Afsluitdijk heeft grote consequenties gehad op de dieren en planten van de Waddenzee. De Zuiderzee was een belangrijke paaiplaats voor haring en ansjovis. Door de Afsluitdijk verdwenen hierdoor de haring en ansjovis uit het gebied. Daarnaast verdween ook het zeegras. Het verdwijnen van het zeegras had gevolgen voor bepaalde vissen zoals zeestekelbaars en trompetterzeenaals die hierdoor zeer zeldzaam zijn geworden in het gebied.