header image
 

Deltavliegen

Deltavliegen (zeilvliegen, hanggliding, drachenfliegen, deltaplane of vol libre) wordt doorgaans geassocieerd met hoge bergen en dito valleien, maar ook vanaf de Nederlandse duinen kan het luchtruim gekozen worden middels een deltavlieger (zeilvliegtuig). Met een beetje geluk zijn deltavliegers op het strand van Julianadorp aan Zee te spotten. Naast het deltavliegen kun je ook vanaf de duinen in Julianadorp aan Zee gaan paraglijden (paragliden of skygliden). Paraglijders (paragliders of skygliders) maken gebruik van een bestuurbaar glijscherm (chute of parapente). De luchtstroming die het mogelijk maakt om te deltavliegen en te paraglijden in de duinen wordt soaren genoemd.

 

Deltavliegen Julianadorp aan Zee

 

Soaren

Als je gaat vliegen op de wind vóór een obstakel, wordt dat soaren genoemd. Bergen, kliffen, duinen, dijken, gebouwen, et cetera kunnen daarbij fungeren als obstakels. Als de aanstromende wind maar over het obstakel gestuwd wordt. Op het moment dat je gaat vliegen in een lucht die omhoog gestuwd wordt (de zogenaamde hellingstijgwind), wordt het dalen voor een groot deel of in zijn geheel opgeheven. Als de omstandigheden optimaal zijn, kan een deltavlieger of paraglider urenlang in de lucht blijven, ook in een duingebied. In 2011 vloog de ervaren skyglider-piloot Bas de Weert met een glijscherm onafgebroken langs de duinen van Wijk aan Zee naar Den Helder en weer terug, een puike prestatie.

Hoogste duin van Nederland

Laminaire wind leent zich het beste voor soaren, aan de kust dus aanlandige wind. Des te groter het object is, des te minder wind noodzakelijk is. Duinen zijn relatief lage objecten, dus om te kunnen soaren is veel wind noodzakelijk. De hoogste duin van Nederland bevindt zich overigens in het Noord-Hollandse plaatsje Schoorl (gemeente Bergen), deze duin meet een hoogte van 55,4 meter (boven NAP). De op één na hoogste duin van Nederland ligt Zoutelande (gemeente Veere) in de provincie Zeeland, deze duin toornt 54 meter boven het Zeeuwse duinlandschap uit.

Het deltavliegen en paraglijden vanaf de vaderlandse duinen is niet gemakkelijk, alleen mensen die goed kunnen lieren en bergvliegen kunnen uiteindelijk succesvol gaan duinsoaren. In Nederland is het alleen maar mogelijk om te duinsoaren bij laagwater, anders is het strand te smal. Het probleem is dat je in Nederland niet de duinen mag betreden, er overheen vliegen mag wel. De vliegsnelheden tijdens het duinsoaren kunnen hoog oplopen, 60 kilometer per uur wordt met het grootste gemak gehaald. Als er dan meerdere mensen aan het soaren zijn, is de hoogste alertheid immer vereist, te meer omdat de vliegers op allerlei verschillende hoogtes bivakkeren en in een fractie van een seconde van hoogte kunnen veranderen.

Opleiding

Voordat je gaat duinsoaren moet je eerst een opleiding volgen. Uiteindelijk is brevet-1 de minimale vereiste om te mogen duinsoaren. In Nederland zijn verschillende plekken waar je prima kunt duinsoaren. Wijk aan Zee, Zoutelande en Noordwijkerhout zijn verreweg de populairste spots. Minimaal is windkracht 3 (richting zuidwest) of windkracht 4 (richting noordwest) vereist om goed te kunnen vliegen. Duinsoaren is uiteraard de ultieme manier om van het duinlandschap te kunnen genieten. Zo vrij als een vogeltje hang je boven de duinen en het strand en geniet je een helikopterview. Bovendien ben je heerlijk sportief bezig door gebruik te maken van unieke luchtstromingen. Met een beetje geluk is het allemaal in Julianadorp aan Zee te bewonderen!

Zeilvliegen 

Met het begrip zeilvliegen wordt zowel een sport als een vorm van ongemotoriseerde luchtvaart bedoeld. Deltavliegen is een andere benaming voor het zeilvliegen. De naam deltavliegen heeft te maken met het feit dat de eerste zeilvliegers een min of meer driehoekige vorm hadden. In het Engelse taalgebruik spreken we over hanggliding. Wellicht is deze naam afgeleid van het Duits. Het Duitse woord voor helling is namelijk hang. Het kan er ook mee te maken hebben dat je onder de zeilvlieger hangt als je hem bestuurt. In het Duits wordt zeilvliegen aangeduid als drachenfliegen. De Fransen spreken over deltaplane of vol libre. Tegenwoordig heeft het zeilvliegen ook een jonger broertje; het parapente oftewel schermvliegen. Voor deze sport worden ook wel de termen hanggliding of vol libre gebruikt.

Het zeilvliegen wordt internationaal georganiseerd door de Commission Internationale de Vol Libre (CIVL). De CIVL is een afdeling van de Federation Aeronautique Internationale (FAI). De CIVL heeft het zeilvliegen in vijf klassen onderverdeeld. Deze onderverdeling heeft te maken met het type zeilvlieger waarmee gevlogen wordt. Klasse één: deltavliegen. Klasse twee: rigids (met rigids worden zeilvliegers bedoeld met niet-flexibele vleugels die gestuurd worden door middel van beweegbare stuurvlakken). Klasse drie: parapenten. Klasse vijf: swifts en dergelijke. Het zeilvliegen wordt in Nederland georganiseerd door de afdeling Zeilvliegen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvl).

Zeilvliegers hebben zoals alle vliegtuigen snelheid nodig om te kunnen vliegen. Zeilvliegers kunnen al vliegen vanaf een twintig kilometer per uur relatieve wind. Met een relatieve wind wordt de wind bedoeld ten opzichte van de vleugel. Het is deze eigenschap die het mogelijk maakt dat met een zeilvlieger lopend vanaf een helling gestart kan worden. Naast deze zogenaamde ‘foot-launced-start’, zijn er nog meer verschillende manieren om te starten. Zo kun je je aan een kabel op laten slepen (door middel van een vaste lier, een ultralight-vlieguigje, een sleepboot, een auto-lier of door een vrachtwagen die is uitgerust met een lierplatform). Daarnaast kun je door een heteluchtballon gedropt worden. Als je eenmaal hoog en veilig in de lucht vertoeft, kun je nog hoger klimmen door handig gebruik te maken van hellingswind of van thermiek.

Tijdens het zeilvliegen ligt de piloot in een harnas onder het zeilvliegtuig. Het is dus niet correct om een zeilvliegtuig of deltavlieger een vlieger te noemen. Je kunt beter spreken van een zweefvliegtuig dat zeer goed is te besturen. Het zeilvliegen wordt voor zowel recreatiedoeleinden als volwaardige wedstrijdsport beoefend. Vroeger had het zeilvliegtuig een driehoekige vorm en was er dus sprake van deltavleugels oftewel delta’s. Tegenwoordig is dat niet meer; de vleugels van de huidige zeilvliegtuigen lijken op die van zweefvliegtuigen en zijn dus meer aerodynamisch. In Nederland zijn meer dan vijfhonderd landgenoten actief in de zeilvliegsport. Het voordeel van zeilvliegen is dat ze gemakkelijk zijn samen te vouwen en dien ten gevolge eenvoudig zijn te transporteren, zelfs met personenauto’s. In de bergen zijn de omstandigheden ideaal om vluchten van uren te maken, in Nederland is dat uiteraard niet mogelijk.